Achtste generatie
Ruurd Alles van der Sluis (1792-1835)


4.6
RUURD ALLES, dominee

8-1-1792 Hemrik - 14-10-1835 Bunde
x Grietje Carolina Begemann Norg 28-10-1820
16-1-1795 Vlagtwedde - 28-7-1877 Bunde
dv Simon Hendrik Anton Begemann en Lutgera Waten

1. Froukje, 5-6-1821 - 20-8-1822 Aduard
2. Lutgera, 5-6-1821 - 4-8-1822 Aduard
3. Alle 6-6-1823 Aduard
4. Lutgera 13-9-1825 Aduard
5. Froukje 30-9-1827 Bunde
6. Maria Eleonora 9-3-1831 Bunde
7. Tjaltje Frederike 13-8-1833 Bunde

Ruurd Alles en zijn ongehuwd overleden zoon Alle Ruurds zijn de enige dragers van de naam Van der Sluis die dominee zijn geworden.
Ruurd Alles werd 17-12-1820 in Aduard bevestigd. Na de geboorte van de eerste kinderen, een tweeling, schreef Ruurd Alles de volgende brief aan zijn vader:

Waardste vader!

Ontvang zoo op het oogenblik uwe letteren met Abele Roels. Verheug mij van harten in de blijdschap en vreugde van broeder Luitzen en sijne Romkje: zeg hem dat mijne beste wenschen hem vergezellen en dat hij toch vooral dankbaar zij aan God voor de gelukkige uitkomst. Voorleden vrijdagochtend heb ik te Groningen een brief op de post laten bezorgen behelzende de communicatie van de bevalling van mijne Echtgenoote op dinsdag den 5e dezer.
Ik zoude toen ook gaarn dadelijk een expres hebben gezonden, had ik tijd gehad en mijne omstandigheden het maar enigszins toegelaten, maar lieve Vader! In den hemel alleen is het bekend wat ik heb uitgestaan: echter ik dank God uit al mijn hart, dat wij tot zoover zijn gekomen. Dat ik mijne echtgenoote nog levendig bezitte, dit moog ik onder Gods almagt en wonderen rangschikken.
Met mijne echtgenoote begint het nu naar omstandigheden te schikken, ik zeg naar omstandigheden, want onbeschrijflijk, onbeschrijflijk heeft het goede schepsel geleden, maar geduldig en kalm en met vertrouwen op God gebeden. Hem hebben wij ons in den gebede aanbevolen toen de barensnood prangde; en nogmaals Vader! Hem zij dank want Hij alleen heeft ons geholpen en bijgestaan, en God schenkt en wendt alles ten goede (dit is zigtbaar) en wij vertrouwen geheel op zijne liefde en goedheid.
Mijne echtgenoote groet u en de gansche familie en verzocht dat vader toch ook eens overkomt. Onze twee dochters zijn blij en wel. De oudste noemt men Froukjen, de jongste (2 uren jonger) Lutgera.
In haast: ik blijf met liefde en gehoorzaamheid en met de bede tot God om den blijde toekomst.

Uw liefh. zoon R.A. van der Sluis


Hij vertrok op 26-12-1826 naar het Oostfriese Bunde. Bij zijn intrede aldaar werd hem het volgende gedicht opgedragen:

Welkom's groet aan den Weleerwaarde Heer R. v.d. Sluis bij zijn intrede als beroepen Predikant te Bunde d. 12 Feb. 1826

1. Triomf! De sluier hangt niet meer
in Bunde's Tempelhuis
Het groot verlies vervult nu weer
De edle v.d. Sluis

2. Zijt welkom, weleerwaarde Heer!
Begaafd met d'edel vuur
Voor Jezus' evangelieleer
In Bunde's fakkatuur

3. Heil U in Bunde's burgerstand,
Als Vader, Vriend en Heer!
Heil U als onzen Predikant
Voor Jezus' kerk en leer.

4. Heil U in 't lieve huisgezin
Dat wel vaart bij u bloei
En voor Uw kroost en echtvriendin
Een bron van zegen vloei

5. Dat elk in Liefde zich verbindt
Voor u en Uw gemeente
Heil dan o Leervaar onzen Vriend
Daar alles is vereend

Hij overleed in 1835, zijn weduwe plaatste de volgende advertentie in de 'Anzeiger für Ost-Friesland':

Es hat dem Lenker menschlicher Schicksale gefallen meinen Ehemann, den Prediger R. van der Sluis im 44. Jahre seines Alters, den 14. d.M. durch den Tod zu sich zu nehmen, nachdem er beinahe 10 Jahre dem Predigtamte hierselbst vorgestanden hatte.
Bunde, den 16. Okt. 1835           G.K.van der Sluis-Begemann


Een biografie van Ruuurd Alles troffen we aan in Boekzaal der geleerde wereld: Een tijdschrift voor de Protestantsche kerken:

BONDA. Ruurd van der Sluis werd op den 7.Januarij 1792 te Hemrik, onder de gemeente Lippenhuizen in Vriesland, uit deftige ouders geboren. Hij genoot zijn eerste wetenschappelijke opleiding bij den Wel Eerw. Zeer Gel. Heer S.H.A. Begemann, predikant te Norch. Daarop bezocht hij in het jaar 1815 de Hogeschool te Leiden, alwaar hij vijf jaren lang het onderwijs van eenen Van der Palm, Clarisse, Borger, e.a. met veel vlijt genoot, en waaraan hij zich nog te allen tijde met innige dankbaarheid herinnerde. Na met lof onder het getal der kandidaten te zijn opgenomen, werd hij al zeer spoedig tot Predikant beroepen te Aduard in Groningerland, war hij op den 17den December 1820 het Christen Leerarambt aanvaardde. Te dezer tijd trad hij in het huwelijk met Mejufvrouw Grietje Karolina Begemann, dochter van bovengenoemde Predikant te Norch. Van Aduard beriep hem de gemeente van Bonda tot zich. Hij volgde die beroeping op, en werd den 12den Februarij 1826 in dezelve bevestigd. Eene vervolgens in 1829 op hem uitgbragte beroeping naar de voordeelige standplaats van Midlum in Reiderland, kon hem niet bewegen, om de gemeente van Bonda te verlaten. In dezen uitgebreiden werkkring vervulde hij met veel getrouwheid en ijver de menigvuldige pligten van zijn ambt, tot dat eene uitterende ziekte zijne gezondheid ondermijnde, en op den 14den October 1835 zijne aardsche loopbaan voleindigde.

Ook is een samenvatting opgenomen van de bij zijn begrafenis gehouden lijkrede:



Dat het voor de weduwe van een dominee geen vetpot was, blijkt wel uit het verzoek aan de Algemeene Christelijke Synode der Hervormde Kerk, waarbij in 1836 een verzoek wordt gedaan ten behoeve van Grietje Karolina Begemann, om ook deze ongelukkige weduwe uit het fonds voor noodlijdende kerken en persoonen te bedelen. Haar wordt een bedrag van 40 gulden toebedeeld.