VORIGE WEEK VOLGENDE WEEK
13
Des nachts is zeer veel sneeuw gevallen alsook des morgens, zoodat er zeer weinig volk in de kerk te Hemrik was, daar de paden moeijelijk te passeren waren. Des middags ben ik te huis geweest en is de vrouw bij moeder geweest thee te drinken. Toen ik gereed stond om naar de kerk te gaan, is Br. Thijs gekomen en daar het juist geweldig sneeuwde ben ik te huis gebleven en zijn Pier en Suardus des avonds hier geweest.
14
Des nachts weder een weinig gesneeuwd. Ik ben te huis geweest en heb middags wat gepraat. Om 11 uur is Wobbe van Appelscha gekomen en Geert en Wietske mede. Nadat wij gegeten hadden zijn wij met de rekening begonnen en is door Geert en Wobbe voortgezet. Om 4 uur ben ik met de vrouw naar Wygersma gereden, waar wij vergadering van het Hulpfonds hadden en L.W. v.d. Sluis en Dom. Jentinck alsmede Doct. Fischer en de vrouw ook waren. Bij het nazien der rekening is gebleken dat wij wederom 100= op rente konden geven. De algemene rekendag is bepaald op e.k. maandag 3½ te Lippenhuizen. Om 11 uur zijn wij naar huis gereden en L.W. v.d. Sluis met ons. Toen wij te huis kwamen waren Wobbe en Geert bij de schuur die juist van Br. P. gekomen waren.
15
Des morgens na het ontbijt zijn Wobbe, Geert en ik naar het kantoor gegaan en toen heb ik de boeken nagezien en in orde bevonden. Vervolgens hebben wij de Lyquidaties in orde gebracht, en nadat wij de rekening hadden afgesloten hebben wij gegeten. Na de middag hebben wij alles nog eens nagezien en heeft Geert aan mij betaald achterstallige schuld van ... f 10= voor boekw. eiden 4,30 en wegens te hoog aangebrachte boekweit f 1= en heb ik aan hem f 40,19 betaald op rekening. Nadat Geert vertrokken was, heb ik betaald aan J.P. Sjollema rekening 1866 voor zout etc. f 134=, en daarna hebben Wobbe en ik dezelve met de jonge zwarte voor de slede naar Lippenhuizen gebracht. Tegen de avond begon het sterk te waaijen en de sneeuw te jagen.
16
De geheele nacht onstuimig een sneeuwjagt dat de geheele voormiddag aanhoudt, zoodat paden en wegen onbruikbaar zijn. Anne zoude met een vracht rogge naar Gordijk, doch is bij de Sparrebosch blijven zitten, van waar wij de wagen met veel moeite en inspanning hebben moeten terughalen. Toen hebben wij gegeten, doch konden de arbeiders vanwege de wind en de sneeuw niet naar huis komen, maar hebben hier een boterham gehad. Tot in de nacht heeft de sneeuwjagt aangehouden en was het zoo erg dat niets aan kon worden gedaan. Des avonds zijn Anne en de tuinman met de vrouwen hier geweest en heb ik aan de tuinman betaald voor zaden voor mij 3,30 voor moeder 3,95 voor Pier 2,30.
17
Des morgens waren alle paden en wegen bijna onbruikbaar en zijn er zes man de geheele dag bezig geweest met sneeuwscheppen. Des morgens is Boonstra hier geweest en heb ik deze besteld om naar Wijnjeterp te gaan en als het nodig was arbeiders op de weg te stellen, er waren hier reeds ongeveer 20 man bezig. De weg was om 3 uur schoon, doch de reed naar de weg kon er niet door, maar toch hebben wij er een voetpad doorgekregen. Des avonds is de weduw Mulder hier geweest en heeft mij betaald voor vellen en kalvers f 11=. Wobbe en Hendrik de Herder zijn naar Appelscha gegaan om daar een voorstelling van de Rederijkers bij te wonen, die echter om de ongunstige gesteldheid van het weder en de wegen tot e.k. dingsdag is uitgesteld.
18
Nadat ze de laan hadden afgeschept ben ik met de slede met Herder naar Gordijk geweest en heb daar de familie in welstand ontmoet. Ook Monsieur Jellema die wat ongesteld was, was weder beter en met de kleine ging het ook goed. Van A. de Boer heb ik wat smeersel gekregen voor Van Dam, die kreupel is. Namiddag is Anne met de slede Wobbe tegemoet gereden en heeft A. Booi 10 mud rogge naar J. Koopmans gebracht, en koeken mede terug genomen, alsmede zout en meel. De vrouw is naar Br. P. gegaan te theedrinken. Des avonds ben ik daar heen gegaan en heb de vrouw afgehaald.
19
Des morgens heb ik orders gegeven om de sneeuw nog hier en daar op te ruimen. Om elf uur ben ik met Wobbe naar Ureterp gereden, naar de verkooping en het land van J. Wassenaar alsmede enige leijen en land van den Heer A. van Harinxma thoe Slooten en de heide van Jan Rinsema in de Compagnie. Betaald aan O.F. de Boer dekgeld van de bruine merrie Van Dam f 5=.
Naar top
Des nachts is zeer veel sneeuw gevallen alsook des morgens, zoodat er zeer weinig volk in de kerk te Hemrik was, daar de paden moeijelijk te passeren waren. Des middags ben ik te huis geweest en is de vrouw bij moeder geweest thee te drinken. Toen ik gereed stond om naar de kerk te gaan, is Br. Thijs gekomen en daar het juist geweldig sneeuwde ben ik te huis gebleven en zijn Pier en Suardus des avonds hier geweest.
14
Des nachts weder een weinig gesneeuwd. Ik ben te huis geweest en heb middags wat gepraat. Om 11 uur is Wobbe van Appelscha gekomen en Geert en Wietske mede. Nadat wij gegeten hadden zijn wij met de rekening begonnen en is door Geert en Wobbe voortgezet. Om 4 uur ben ik met de vrouw naar Wygersma gereden, waar wij vergadering van het Hulpfonds hadden en L.W. v.d. Sluis en Dom. Jentinck alsmede Doct. Fischer en de vrouw ook waren. Bij het nazien der rekening is gebleken dat wij wederom 100= op rente konden geven. De algemene rekendag is bepaald op e.k. maandag 3½ te Lippenhuizen. Om 11 uur zijn wij naar huis gereden en L.W. v.d. Sluis met ons. Toen wij te huis kwamen waren Wobbe en Geert bij de schuur die juist van Br. P. gekomen waren.
15
Des morgens na het ontbijt zijn Wobbe, Geert en ik naar het kantoor gegaan en toen heb ik de boeken nagezien en in orde bevonden. Vervolgens hebben wij de Lyquidaties in orde gebracht, en nadat wij de rekening hadden afgesloten hebben wij gegeten. Na de middag hebben wij alles nog eens nagezien en heeft Geert aan mij betaald achterstallige schuld van ... f 10= voor boekw. eiden 4,30 en wegens te hoog aangebrachte boekweit f 1= en heb ik aan hem f 40,19 betaald op rekening. Nadat Geert vertrokken was, heb ik betaald aan J.P. Sjollema rekening 1866 voor zout etc. f 134=, en daarna hebben Wobbe en ik dezelve met de jonge zwarte voor de slede naar Lippenhuizen gebracht. Tegen de avond begon het sterk te waaijen en de sneeuw te jagen.
16
De geheele nacht onstuimig een sneeuwjagt dat de geheele voormiddag aanhoudt, zoodat paden en wegen onbruikbaar zijn. Anne zoude met een vracht rogge naar Gordijk, doch is bij de Sparrebosch blijven zitten, van waar wij de wagen met veel moeite en inspanning hebben moeten terughalen. Toen hebben wij gegeten, doch konden de arbeiders vanwege de wind en de sneeuw niet naar huis komen, maar hebben hier een boterham gehad. Tot in de nacht heeft de sneeuwjagt aangehouden en was het zoo erg dat niets aan kon worden gedaan. Des avonds zijn Anne en de tuinman met de vrouwen hier geweest en heb ik aan de tuinman betaald voor zaden voor mij 3,30 voor moeder 3,95 voor Pier 2,30.
17
Des morgens waren alle paden en wegen bijna onbruikbaar en zijn er zes man de geheele dag bezig geweest met sneeuwscheppen. Des morgens is Boonstra hier geweest en heb ik deze besteld om naar Wijnjeterp te gaan en als het nodig was arbeiders op de weg te stellen, er waren hier reeds ongeveer 20 man bezig. De weg was om 3 uur schoon, doch de reed naar de weg kon er niet door, maar toch hebben wij er een voetpad doorgekregen. Des avonds is de weduw Mulder hier geweest en heeft mij betaald voor vellen en kalvers f 11=. Wobbe en Hendrik de Herder zijn naar Appelscha gegaan om daar een voorstelling van de Rederijkers bij te wonen, die echter om de ongunstige gesteldheid van het weder en de wegen tot e.k. dingsdag is uitgesteld.
18
Nadat ze de laan hadden afgeschept ben ik met de slede met Herder naar Gordijk geweest en heb daar de familie in welstand ontmoet. Ook Monsieur Jellema die wat ongesteld was, was weder beter en met de kleine ging het ook goed. Van A. de Boer heb ik wat smeersel gekregen voor Van Dam, die kreupel is. Namiddag is Anne met de slede Wobbe tegemoet gereden en heeft A. Booi 10 mud rogge naar J. Koopmans gebracht, en koeken mede terug genomen, alsmede zout en meel. De vrouw is naar Br. P. gegaan te theedrinken. Des avonds ben ik daar heen gegaan en heb de vrouw afgehaald.
19
Des morgens heb ik orders gegeven om de sneeuw nog hier en daar op te ruimen. Om elf uur ben ik met Wobbe naar Ureterp gereden, naar de verkooping en het land van J. Wassenaar alsmede enige leijen en land van den Heer A. van Harinxma thoe Slooten en de heide van Jan Rinsema in de Compagnie. Betaald aan O.F. de Boer dekgeld van de bruine merrie Van Dam f 5=.
Naar top